Weinig kunstenaars zien hun werk in de Wetstraat 16 belanden. Een van hen is Artur Eranosian (36), geboren in Armenië en als kleine jongen met het gezin naar België gevlucht. ‘Arturs verhaal is een ode aan Vlaanderen.’
Wetstraat 16, Brussel. Afgelopen dinsdag, even na halfeen. Een ladder schuift over de parketvloer van het kantoor van Sven De Neef, kabinetschef van premier Bart De Wever. Twee technici houden een monumentaal doek recht. Artur Eranosian zet een paar passen achteruit, knijpt de ogen samen. “Een fractie lager”, dirigeert hij. “Het moet kunnen ademen.”
Voor de 36-jarige Armeens-Belgische kunstenaar is dit geen gewone presentatie. Zijn werk krijgt hier, op een van de machtigste adressen van het land, een vaste plek.
Eranosian werd in 1989 geboren in de Armeense hoofdstad Jerevan, kort voordat het land zijn laatste adem als onderdeel van de Sovjet-Unie uitblies. Midden jaren 90 vluchtte het gezin naar België en belandde in het Klein Kasteeltje in Brussel. Een diepgelovige zuster die het gezin daar tegen het lijf loopt, nodigt hen uit naar Dendermonde.
De jonge Artur wordt ingeschreven in het toenmalige Heilige Maagdcollege. Hij spreekt geen woord Nederlands. Twaalf jaar later studeert hij er af. “Het was mijn redding dat we in Dendermonde terechtkwamen. In het eerste leerjaar kreeg ik les van jeugdauteur Wally De Doncker. Hij heeft me mijn eerste Nederlandse woorden geleerd. Ik was de enige leerling met een migratieachtergrond in de klas. Achteraf besef ik hoe bepalend die omgeving was. Waar je terechtkomt, bepaalt je leven. Wie in je gelooft, en wie niet.”
Op zijn 16de spreekt hij vlekkeloos Nederlands en gaat hij op zoek naar vakantiewerk. Elke sollicitatie draait uit op een teleurstelling. “Na de vijfde of zesde keer werd ik emotioneel. Ik zei: ik spreek Nederlands, haal goede cijfers op school en ben zeer gemotiveerd. Een interim-medewerker was eerlijk: ‘Het wordt ons afgeraden, met jouw moeilijke achternaam.’”
Die woorden doen pijn, maar ze verlammen hem niet. Hij neemt het heft in eigen handen en trekt naar de Wetstraat 16, waar hij de strijd aangaat met persfotografen die elkaar verdringen zodra politici het gebouw verlaten. Artur weet het verschil te maken en publiceert als tiener zijn eerste foto’s in de nationale kranten. “Ik weigerde nog langer op kansen te wachten, ik wilde ze zelf creëren.”
Twintig jaar later staat hij opnieuw in de Wetstraat 16. Niet langer met een camera in de aanslag, maar als veelbelovend kunstenaar. Nochtans volgde Eranosian geen kunstopleiding. Hij bouwde eerst een carrière uit als fotograaf en werd zelfs huisfotograaf bij deze krant. Tot hij besloot opnieuw te beginnen. Zonder diploma, zonder netwerk, zonder verzamelaars. “Vanuit het niets starten, dat is een patroon in mijn leven.”
De kabinetschef ontdekt via bevriende kunstverzamelaars het werk van Eranosian. Kort na de regeringsvorming volgde een uitnodiging. Eranosian bezocht het kantoor en begon te schetsen. “Ik vroeg me af: welk verhaal kan hier inspireren?”
Wat hem trof: de ministers en medewerkers die nog altijd met papieren documenten onder de arm binnenstappen. Dat beeld vertaalde hij naar een abstract schilderij van een blad papier op menselijk formaat, 2,35 meter hoog en 1,40 meter breed, dat zich ontvouwt. “Zoals een bladzijde die je omslaat, kan ook een mens zich ontplooien. Soms moet je een blad omslaan om met een frisse blik te kijken.”
Acht maanden werkte hij eraan. Olieverf vraagt geduld: laag over laag, drogen, vernissen. Het blauw is diep en verzadigd. “Deze intensiteit bereik je alleen met olieverf.” In het kabinet, waar gouden lijsten en negentiende-eeuwse accenten domineren, werkt het blauw complementair. Het tempert en versterkt tegelijk.
Rond 13 uur hangt het doek definitief. De Neef komt kijken en reageert lovend. “Arturs verhaal is een ode aan Vlaanderen. Hij brengt technieken van grootmeesters als Van Eyck tot leven in een hedendaagse vorm, op het Vlaamse Claessens-doek dat wereldwijd vermaard is.” Eranosian haalt hoorbaar adem. “Het resultaat is beter dan ik had durven te hopen. Het werk is opgegaan in de ruimte.”
In het kantoor van De Neef staan familiefoto’s, kindertekeningen, een foto van Lionel Messi. En nu ook een groot, hedendaags abstract werk. Het enige in het kabinet. “Ik wil de hedendaagse kunst binnenbrengen waar ze niet vanzelfsprekend is”, zegt Eranosian. Ook op tentoonstellingen ziet hij hoe afstand kan omslaan in nieuwsgierigheid. “Soms zegt iemand: ik begrijp dit niet. Dan vertel ik over zes eeuwen olieverf, over lijnolie en terpentijn. En plots verandert er iets.”