Hij is één van de weinige journalisten die ooit face to face heeft gezeten met Osama bin Laden. In een Afghaanse grot bracht hij de nacht door met de leider van Al Qaeda, op een bed van granaten. Vijfentwintig jaar na 9/11 blikt Abdel Bari Atwan (76) terug op die aanslagen en ziet hij de schokgolven van die bloederige dag nog altijd uitdijen. 'Arabieren praten doorgaans veel, Bin Laden was anders.'
Gedeelde roots kun je niet verhelen. Abdel Bari Atwan hoort meteen aan mijn Arabisch dat hij een Palestijn voor zich heeft. En evenmin kun je er dan omheen om de tragedie van elkaars familie te delen. Ik vertel hem dat de mijne het in Nur Shams, een vluchtelingenkamp in het noorden van de bezette Westelijke Jordaanoever, de afgelopen twee jaar zwaar te verduren heeft gehad, dat ze begin vorig jaar uit hun huizen zijn verdreven en dat we afkomstig zijn uit Sabbarin, een dorp bij Haifa dat tijdens de Nakba in 1948 etnisch gezuiverd is.
'Mijn familie komt uit Isdud,' vertelt Atwan me op zijn beurt, 'een Palestijns dorp aan de kust, tussen Tel Aviv en Gaza. Zionistische milities hebben hen verdreven. Ze kwamen terecht in het vluchtelingenkamp Deir al-Balah in Gaza.'
HUMO Hoe gaat het nu met hen?
ABDEL BARI ATWAN Ik ben de laatste jaren in Gaza zeker dertig familieleden verloren. Mijn ouderlijke woonst is compleet verwoest, de huizen van mijn zussen zijn met de grond gelijkgemaakt, mijn neven zijn hun huizen kwijt. Mijn appartement in het journalistencomplex in Gaza: kapotgeschoten. Ik was van plan om er na mijn pensioen terug te keren. Mijn broers en zussen, toch zij die me nog resten, trachten te overleven in tenten. Ik ben twee zussen verloren omdat hun kanker niet behandeld kon worden. De ziekenhuizen werden bestookt en er was geen medicatie beschikbaar. Ik ben veel neven verloren.
HUMO Wat doet dat met u als mens, als Palestijn?
ATWAN Sinds het begin van deze genocide heb ik geen muziek meer geluisterd, geen series meer gekeken. Niets meer dat naar entertainment neigt. Het valt me ontzettend zwaar, al die beelden van martelaren, van lijkwaden. Vaak zet ik de televisie uit en begin ik te wenen. Vooral wanneer ik kinderen zie die een arm of been hebben verloren, of die zijn vermoord. Als ik over de Palestijnse zaak spreek, over onze mensen in Gaza, probeer ik mij in te houden, maar soms lukt dat niet. Tijdens een interview op de Tunesische televisie kon ik mijn tranen gewoon niet bedwingen.
HUMO U bent geboren in 1950, twee jaar na de Nakba.
ATWAN (knikt) In dat vluchtelingenkamp, Deir al-Balah. Tijdens de Nakba hebben zionistische milities enkele Palestijnen in ons dorp vermoord om de bevolking angst aan te jagen. Vervolgens hebben ze de mensen verzameld en gedwongen in vrachtwagens te stappen. Iedereen die niet meeging, zo kregen ze te horen, zou worden doodgeschoten. Mijn vroegste herinneringen zijn dus van dat kamp, van ontheemding, van ellende, armoede en onzekerheid.
HUMO Is dat de drijfveer geweest om journalist te worden?
ATWAN Absoluut. Na het middelbaar wilde ik aan de universiteit van Caïro journalistiek gaan studeren. Mijn familie heeft op alle mogelijke manieren geprobeerd om me daarvan te weerhouden. Ze begrepen er niets van. Waarom zou iemand zonder staat journalistiek willen studeren? 'Wij betalen je studies, we zorgen voor het geld, maar kies alsjeblieft geen journalistiek.' Ze vreesden ook dat het gevaarlijk voor me zou zijn om journalist te worden, zeker omdat we in bezet Gaza woonden. Ze probeerden me ervan te overtuigen Arabisch of Engels te studeren en gewoon een goede leraar te worden. Maar ik hield voet bij stuk, godzijdank: ik heb er geen seconde spijt van gehad.
HUMO U was 17 toen de Zesdaagse Oorlog uitbrak en Israël ook de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook bezette. Iets later bent u naar Jordanië vertrokken.
ATWAN Ja, één maand later, in juli 1967. Ik heb er in een tomatenconservenfabriek gewerkt, ik heb er met de vuilniswagen gereden... Zware tijden, maar ik hield vast aan mijn droom. Uiteindelijk ben ik naar Caïro vertrokken. Nadat ik was afgestudeerd ben ik als journalist naar Libië, Saudi-Arabië en uiteindelijk naar Londen getrokken. Ik ging er aan de slag bij de krant Asharq Al-Awsat. Later heb ik er zelf één opgericht: Al-Quds al-Arabi.
HUMO Ik herinner me dat mijn vader Al-Quds al-Arabi in Brussel las. Waar was het u om te doen toen u in 1989 aan dat avontuur begon?
ATWAN Ik heb altijd geweigerd om voor de media van de PLO, de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie, te werken. Ik wilde de Palestijnse zaak dienen als een professionele, onafhankelijke journalist. We zijn heel kleinschalig begonnen, met een kleine redactie, een dito budget en bereik, maar toen, een jaar later, viel Saddam Hoessein Koeweit binnen. Wij namen duidelijk standpunt tegen Amerikaanse inmenging in. We schreven dat als we moesten kiezen tussen Irak en de Verenigde Staten, die meer dan 200.000 soldaten in de regio hadden, wij voor Irak zouden kiezen. Wij geloofden dat die GI's niet waren gekomen om Koeweit te bevrijden, maar vooral om Irak kapot te maken. En van de ene dag op de andere explodeerde onze oplage.
KARIESH
HUMO Enkele jaren later zijn daar allicht nog een pak lezers bij gekomen, toen u, als één van de weinige journalisten, Osama bin Laden hebt kunnen spreken. Waarom denkt u dat net u eruit werd gepikt?
ATWAN Omdat we erg kritisch waren voor de Arabische bondgenoten van de VS, vooral voor Saudi-Arabië, dat een enorme invloed op de Arabische media had. Wij vertegenwoordigden een nieuwe journalistiek, verandering. Op een dag kwam een heel corpulente man, Saudisch gekleed en met een lange baard, mijn kantoor binnen. Hij zei: 'Als je wilt, kunnen we een interview met Bin Laden regelen. Hij volgt je, leest wat je schrijft en bewondert je werk.' Dat was Khaled al-Fawwaz, die ondertussen in de VS een levenslange celstraf uitzit. Bin Laden was in die tijd, halverwege de jaren 90, een fenomeen. Ik vond het belangrijk om hem te ontmoeten, met hem te spreken en hem proberen te begrijpen. Zij hadden ook CNN en de BBC gecontacteerd, The Independent en Channel 4. Toen ik hoorde dat ook zij overwogen om te gaan, dacht ik: waarom zou ik niet gaan? Ik heb de reis voor iedereen geheimgehouden. Niemand wist dat ik naar Afghanistan zou vertrekken.
HUMO Hoe hebt u dat aangepakt?