Na mijn standpunten van de afgelopen dagen vragen mensen zich terecht af wie ik ben en wat mij drijft. Het zou onverstandig zijn om die vragen door anderen te laten beantwoorden. Daarom wil ik daar kort iets over schrijven. Ik ben mens, en net als jullie heb ik er niet voor gekozen om geboren te worden, noch waar, noch wanneer, wie mijn ouders zijn en in welke mentaliteit, cultuur en religie ik zou opgroeien. Enkele maanden na mijn geboorte in een Palestijns vluchtelingenkamp in Jordanië viel de muur in Berlijn. Van het leven in het kamp kan ik mij niets herinneren, de ideeën die ik erover heb zijn het resultaat van de verhalen die me verteld werden en mijn bezoeken op latere leeftijd. Mijn ouders werden als kind verdreven uit hun dorp in het toenmalige Britse Mandaat Palestina. Na het uitbreken van de Zesdaagse Oorlog belandden ze in Jordanië waar enkele jaren later een burgeroorlog uitbrak. Van de ene ellende in de andere vallen, maar toch blijven strijden om ’s avonds met wat geluk brood op de plank te hebben. Tot deze strijd werden ze gedoemd, maar mij stond een ander lot te wachten en dat heb ik vooral aan mijn koppigheid en standvastigheid te danken. Mijn vader die bijna 50 was toen hij in België aankwam en mijn oudere broers werkten zich als slagers kapot in het Brusselse. Een van mijn broers sliep bijvoorbeeld in een park in Molenbeek om de volgende ochtend in het slachthuis de kost te verdienen om mijn familie te onderhouden. Een hard, maar eervol leven. En het was de liefde (of wat hadden jullie gedacht?) tussen een Palestijnse jongeman – mijn oudere broer – en een Marokkaans meisje uit Molenbeek die voor een lichtpunt zorgde. Haar familie bood mijn vader en twee broers onderdak aan en zo kon ik samen met mijn moeder en jongste zus naar België overvliegen. De drukte en de criminaliteit in delen van Brussel baarden mijn vader zorgen, waardoor hij besloot om naar Vlaanderen te verhuizen. Daar groeide ik verder op tussen de Vlamingen. Mijn integratie verliep uitstekend en mijn taalachterstand kon ik snel wegwerken, maar ik kreeg hersenvliesontsteking en mijn benen raakten verlamd. Ik lag wekenlang te vechten in het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis in Aalst. De Vlaamse dokters en verplegers konden mijn leven redden en daar ben ik hen eeuwig dankbaar voor, niet enkel in woorden, maar ook in daden. De dag dat de vliegtuigen in de torens vlogen was de eerste dag van de rest van mijn leven. Lange tijd liep ik verblind door wraakgevoelens naar de andere kant van België om uiteindelijk in een kloof te vallen tussen het Westen en de moslimwereld, waar ik in contact kwam met mensen met vaak tegenstrijdige opvattingen. Achteraf bekeken ben ik dankbaar dat ik in die kloof ben terechtgekomen. Ik memoriseerde de Koran, ik las de Bijbel. Ik kwam in contact met de werken van Albert Camus, Nietzsche, Ibn Rushd (Averroes) en Spinoza. Ik kreeg een studiebeurs van de Saoedische autoriteiten. Ik kreeg individuele lessen van een moslimgeleerde in het oosten van Saoedi-Arabië. Ik studeerde Arabisch aan een Jordaanse universiteit. Aan de KU Leuven behaalde ik mijn bachelor –en masterdiploma, een keer met onderscheiding en een keer met grote onderscheiding. Ik bestudeerde de wereldreligies en verdiepte me maandenlang in het jodendom aan de Université Libre de Bruxelles waar ik student was van baron Julien Klener. Tijdens mijn doctoraatsopleiding besloot ik om me verder te verdiepen in het jihadisme. Als enige onderzoeker in de wereld verbleef ik gedurende twee weken bij Belgische en Nederlandse jihadisten van Al Qaeda, ik leefde er onder de bommen, met als doel de kennis die ik daar verwierf na mijn terugkeer te delen. Ik zat er een dag in eenzame opsluiting op verdenking van spionage. De afgelopen jaren deed ik ook veldonderzoek in Irak, Jordanië en Tunesië. Ik werkte jarenlang voor de Belgische inlichtingendiensten. Het waren de woorden van inspecteur G., een van mijn contactpersonen bij de Staatsveiligheid, die me vleugels gaven om definitief uit de kloof te vliegen. Hij zei me dat ik als een adelaar uit de kloof moest proberen op te stijgen in plaats van als een kip te blijven fladderen beneden in de kloof. Daarom wou ik een rots in de branding zijn. Ik startte allerlei projecten en ondertussen ben ik al vier jaar actief om jongeren en jongvolwassenen te begeleiden om hen in staat te stellen ook uit de kloof te vliegen. Ik leverde mijn bijdrage aan de veiligheid van ons allen, maar na de aanslagen in Parijs werd ik in volle vlucht uit de lucht geschoten. Achteraf bekeken ben ik hiervoor dankbaar. Dat schot in mijn rug heeft me niet alleen sterker gemaakt, maar er ook voor gezorgd dat onze minister van Justitie eindelijk werk ging maken van juridische kaders voor burgerinfiltranten. Uiteindelijk kon ik me herpakken: mijn doctoraatsthesis is bijna afgerond en mijn boek Dubbel leven kwam uit in maart, maar enkele dagen later overleed mijn vader in hetzelfde ziekenhuis als waar ik een nieuw leven kreeg: het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis in Aalst. Zijn dood heeft enorm veel pijn gedaan, maar ook de kracht bezorgd om verder te gaan met mijn strijd, niet omwille van politieke aspiraties, persoonlijke ambities om erkenning te krijgen of omdat ik naar een bepaalde functie hunker. Integendeel. Het is een roeping, niet meer en niet minder, uit liefde voor ons land dat me ontelbare kansen heeft gegeven om mens te worden. Mijn beste en liefdevolle wensen voor de komende jaren.

Reageer